ECLI:NL:CRVB:2015:129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij Wajong-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het intrekken van haar Wajong-uitkering, die was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV had deze uitkering ingetrokken omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn, maar stelde dit later ongewijzigd vast na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, omdat het bestreden besluit haar wens tot voortzetting van de uitkering volledig tegemoetkwam. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk belang had bij een inhoudelijke beoordeling, mede vanwege toekomstige herkeuringen en een rapport van de Nationale ombudsman.
De Raad oordeelde dat procesbelang vereist dat het met het beroep nagestreefde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en dat een louter formeel belang onvoldoende is. De Raad bevestigde dat het bestreden besluit het maximale resultaat voor appellante oplevert en dat toekomstige beoordelingen op actuele medische gegevens zijn gebaseerd. Ook de klacht over het ontbreken van een verwijzing naar de klachtenprocedure werd verworpen omdat een volledige medische heroverweging had plaatsgevonden.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.