ECLI:NL:CRVB:2015:13
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting door niet melden internethandel
Appellanten ontvingen sinds 16 februari 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens een regulier onderzoek rezen vragen over het ontbreken van transacties voor boodschappen, waarna de sociale recherche een onderzoek instelde. Dit onderzoek toonde aan dat appellanten internetactiviteiten ontplooiden met betrekking tot handel in modeltreinen, goud, zilver en munten, zonder dit te melden.
Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht trok de bijstand per 1 februari 2012 in en vorderde de kosten van bijstand over de periode 16 februari 2009 tot 1 februari 2012 terug. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en vernietigde het beroep tegen de terugvordering, waarbij de rechtsgevolgen in stand bleven.
In hoger beroep betoogden appellanten dat er geen sprake was van handel, maar van een hobby en dat de bedragen niet groot waren. De Raad oordeelde echter dat de omvang, duur en het terugkerende karakter van de activiteiten wezen op op geld waardeerbare arbeid, niet louter een hobby. Ook werd de verklaring van appellante ondanks haar leesproblemen aanvaard.
De Raad concludeerde dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door hun internetactiviteiten niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en de hoger beroepen verworpen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd vanwege schending van de inlichtingenverplichting door niet melden van internetactiviteiten.