Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2015:1337

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 april 2015
Publicatiedatum
29 april 2015
Zaaknummer
14-1904 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Besluit zorgaanspraken AWBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van zorg als begeleiding binnen AWBZ voor chronisch psychiatrische cliënt

Appellante ontving voor 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de AWBZ voor zorgverlening. Het Zorgkantoor keurde de verantwoording van €1.281,- betaald aan zorgverlener [A.] af, stellende dat de activiteiten tekenen en schilderen vrijetijdsbesteding zijn en niet onder begeleiding vallen zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het Besluit zorgaanspraken AWBZ (Bza).

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat de activiteiten niet gericht waren op bevordering of behoud van zelfredzaamheid. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de zorg wel degelijk dagbesteding betrof die als begeleiding moet worden aangemerkt.

De Raad stelde vast dat appellante vanwege een chronische psychiatrische aandoening professionele zorg nodig heeft om haar leven in ritme en ordening te houden. De activiteiten tekenen en schilderen worden ingezet om een passende dagbesteding te creëren met als doel ondersteuning bij het aanbrengen van dag- en weekstructuur en het voorkomen van terugval. Dit voldoet aan de criteria van begeleiding volgens artikel 6 Bza Pro.

De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het Zorgkantoor, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de kosten van de zorg als AWBZ-zorg worden erkend en goedgekeurd in de pgb-verantwoording. Tevens werd het Zorgkantoor veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed aan appellante.

Uitkomst: De Raad verklaart het beroep gegrond en keurt de pgb-verantwoording voor de zorg als begeleiding goed.

Uitspraak

14/1904 AWBZ
Datum uitspraak: 29 april 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 februari 2014, 13/4002 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
CZ Zorgkantoor B.V. (Zorgkantoor)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. E.H.M. Graafmans, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2015. Voor appellante is verschenen mr. Graafmans. Het Zorgkantoor is vertegenwoordigd door mr. N. Baytemir.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Het Zorgkantoor heeft aan appellante voor het jaar 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) verleend voor zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
1.2.
Appellante heeft op 28 januari 2013 een Verantwoordingsformulier PGB-AWBZ 2012 ingediend, waarop is vermeld dat met betrekking tot de functie begeleiding in dagdelen
€ 1.281,- van het pgb is betaald aan zorgverlener [A.] ([A.]).
1.3.
Bij besluit van 25 februari 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 3 juni 2013 (bestreden besluit), heeft het Zorgkantoor de verantwoording van het aan [A.] betaalde bedrag van € 1.281,- voorlopig afgekeurd. Het Zorgkantoor heeft zich op het standpunt gesteld dat de door [A.] verleende zorg geen begeleiding als bedoeld in artikel 6 van Pro het Besluit zorgaanspraken AWBZ (Bza) is. De geboden activiteiten zijn gericht op tekenen en schilderen, hetgeen vrijetijdsbesteding is. Niet kan worden gesteld dat het hierbij gaat om bevordering of behoud van de zelfredzaamheid.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat de activiteiten bij [A.] niet zijn gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid van appellante. Daarom is geen sprake van begeleiding in de zin van het Bza.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat de door [A.] geboden zorg is aan te merken als dagbesteding en dat zo sprake is van begeleiding als bedoeld in het Bza.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Tussen partijen is in geschil de vraag of de door [A.] aan appellante verleende zorg valt onder begeleiding als bedoeld in artikel 6 van Pro het Bza.
4.2.1.
In artikel 6 van Pro het Bza is het volgende bepaald:
"1. Begeleiding omvat door een instelling te verlenen activiteiten aan verzekerden met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap die matige of zware beperkingen hebben op het terrein van:
a. de sociale redzaamheid,
b. het bewegen en verplaatsen,
c. het psychisch functioneren,
d. het geheugen en de oriëntatie, of
e. die matig of zwaar probleemgedrag vertonen.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en strekken tot voorkoming van opname in een instelling of verwaarlozing van de verzekerde.
3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit:
a. het ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen,
b. het ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie, of
c. het overnemen van toezicht op de verzekerde."
4.3.
De Raad is van oordeel dat de door [A.] aan appellante geboden zorg is aan te merken als begeleiding in de zin van artikel 6 van Pro het Bza. Uit een zorgplan van 1 september 2012 en een ongedateerd zorgplan van [A.] blijkt dat appellante, die beperkingen ondervindt als gevolg van een chronische psychiatrische aandoening, is aangewezen op professionele zorg om haar leven in ritme en ordening te houden en is gebaat bij een goede dagstructuur. De door [A.] geboden zorg bestaat uit dagbesteding, waarin teken- en schilderactiviteiten. Nu deze activiteiten worden ingezet als middel om te komen tot een passende dagbesteding voor appellante met als doel het ondersteunen bij en het oefenen met het aanbrengen van een dag- en weekstructuur en het voorkomen van terugval, kan niet worden ingezien dat sprake is van vrijetijdsbesteding en dient deze zorg te worden aangemerkt als begeleiding.
4.4.
De rechtbank heeft het voorgaande niet onderkend, zodat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaren nu dit besluit, gezien hetgeen in 4.3 is overwogen, niet in stand kan blijven. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en bepalen dat de kosten van de door [A.] verleende zorg worden aangemerkt als aan AWBZ-zorg bestede kosten en dat deze kosten in de voorlopige verantwoording van het pgb van appellante over het jaar 2012 worden goedgekeurd.
5. Aanleiding bestaat om het Zorgkantoor te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze worden begroot op € 980,- in beroep en op € 980,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 3 juni 2013 gegrond en vernietigt dit besluit;
- merkt de kosten van de door [A.] aan appellante verleende zorg ten bedrage van
€ 1.281,- aan als aan AWBZ-zorg bestede kosten en bepaalt dat deze kosten in de voorlopige verantwoording van het pgb van appellante over het jaar 2012 worden goedgekeurd;
- veroordeelt het Zorgkantoor in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep van in totaal € 1.960,-;
- bepaalt dat het Zorgkantoor aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 166,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van I. Mehagnoul als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2015.
(getekend) R.M. van Male
(getekend) I. Mehagnoul

NK