ECLI:NL:CRVB:2018:438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van AWBZ-zorg en pgb-verantwoording bij ernstige psychiatrische aandoening
In deze zaak stond de vraag centraal of de activiteiten van twee zorgverleners, die aanvankelijk niet als begeleiding in de zin van artikel 6 van Pro het Besluit zorgafspraken AWBZ werden beschouwd, toch als zodanig moesten worden aangemerkt voor een appellant met een ernstige psychiatrische aandoening. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat deze activiteiten, waaronder gesprekken, zingen, muziek maken en hulp bij computergebruik, wel degelijk als AWBZ-zorg moeten worden beschouwd omdat ze bijdragen aan de sociale redzaamheid en het voorkomen van opname.
Daarnaast werd geoordeeld dat de reiskosten naar een bepaalde locatie niet ten laste van het persoonsgebonden budget (pgb) mochten worden gebracht omdat hiervoor geen indicatie was afgegeven. De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde het pgb voor 2013 vast op een hoger bedrag dan eerder was toegekend, waarbij ook een terugvordering van teveel betaalde voorschotten werd bepaald.
De Raad wees het Zorgkantoor aan in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante werd vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van een ruime en contextuele interpretatie van begeleiding bij ernstige psychiatrische aandoeningen en het belang van zorgvuldige belangenafweging bij pgb-bestedingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het pgb voor 2013 vastgesteld op €10.104,96 met terugvordering van teveel betaalde voorschotten.