ECLI:NL:CRVB:2015:1342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering WW-voorschot wegens onjuiste informatie over rechtsvorm onderneming
Appellant ontving vanaf februari 2009 een WW-uitkering en kreeg toestemming om met behoud van uitkering een eigen bedrijf te starten. Het UWV betaalde tijdens de startperiode een voorschot, dat later op basis van gegevens van de Belastingdienst werd teruggevorderd omdat appellant volgens het UWV te veel had ontvangen. De terugvordering was gebaseerd op het fictieve loon dat de Belastingdienst aan een directeur-grootaandeelhouder van een B.V. toekent.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering en stelde dat het UWV onvolledige en onjuiste informatie had verstrekt over de gevolgen van de keuze voor een B.V. als rechtsvorm, waardoor hij deze keuze niet had gemaakt als hij goed geïnformeerd was geweest. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht van het fiscale loon was uitgegaan en dat appellant zich had moeten laten informeren door een belastingadviseur.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV gedragsbepalend onjuiste informatie had verstrekt, onder meer via gesprekken met een re-integratiecoach en een brochure, waarin niet werd gewezen op de verrekening van het fictieve loon. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV deze informatievoorziening niet had bestreden en dat appellant op basis daarvan een verkeerde beslissing had genomen.
De Raad oordeelde dat het UWV het vertrouwen van appellant had geschonden door de terugvordering en vernietigde het bestreden besluit en de onderliggende besluiten. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de terugvordering van het WW-voorschot wordt vernietigd wegens onjuiste informatievoorziening door het UWV.