ECLI:NL:CRVB:2015:1375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering reiskostenvergoeding voor reservedienst militair
Appellant, werkzaam in ploegendienst bij Defensie, verzocht om vergoeding van reiskosten voor reizen gemaakt in verband met reservediensten. De minister wees dit af met verwijzing naar een regeling die vergoeding alleen toekent bij roosterwijzigingen binnen 28 dagen voorafgaand aan de dienst. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de regeling geen voorwaarde stelt dat het rooster binnen 28 dagen gewijzigd moet zijn en dat reservediensten niet als werk- of rusttijd moeten worden aangemerkt voor deze regeling. Tevens voerde appellant aan dat de minister het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden door geen onderzoek te doen naar vergelijkbare gevallen die wel vergoeding ontvingen.
De Raad oordeelde dat de minister ten onrechte een voorwaarde aan de regeling verbond die er niet is en dat de motivering van het besluit onvoldoende is. Ook is het gelijkheidsbeginsel geschonden omdat de minister geen onderzoek deed naar de door appellant aangedragen vergelijkbare gevallen. Daarom vernietigt de Raad het besluit en beveelt een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de uitspraak.