Uitspraak
.Van appellanten, daartoe opgeroepen, is alleen appellant verschenen. Het college, daartoe eveneens opgeroepen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.E.F. Vastenhoud.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen vanaf 10 januari 2012 bijstand volgens de norm voor gehuwden. Op 21 februari 2012 meldde appellante dat zij werk had aanvaard, waarna de bijstand vanaf 20 februari 2012 werd geblokkeerd. Het college trok de bijstand per die datum in vanwege hogere inkomsten dan de norm. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad beoordeelde de inkomsten over de periode 20 februari tot en met 11 juni 2012. De berekening van de netto-inkomsten uit arbeid, inclusief heffingskorting, toonde dat het inkomen van appellanten de bijstandsnorm overtrof. Appellanten voerden aan dat reiskosten en andere correcties in mindering moesten worden gebracht, maar de Raad verwierp deze gronden omdat de rechtbank dit gemotiveerd had afgewezen en appellanten onvoldoende onderbouwing boden.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en dat appellanten niet onevenredig in hun belangen waren geschaad, aangezien de uitbetaling vanaf 20 februari was geblokkeerd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 20 februari 2012 wordt bevestigd omdat het inkomen hoger was dan de bijstandsnorm.