Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en hadden daarnaast inkomsten uit loondienst tussen september 2017 en mei 2019. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch trok de bijstand in, herzag en vorderde deze terug vanwege gokactiviteiten en contante stortingen. Tevens werd een nabetaling van achterstallig loon betrokken bij de berekening.
De Raad oordeelde in een eerdere uitspraak dat het college het recht op bijstand wel kan vaststellen op basis van opgenomen bedragen in gokinstellingen en kasstortingen. Het college nam echter het totaalbedrag van de nabetaling en verdeelde dit gelijkmatig over de maanden, wat volgens appellanten onjuist was. De Raad gaf appellanten gelijk en stelde dat het college het feitelijk per maand nabetaalde loon had moeten gebruiken.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de herziening en terugvordering betreft en voorziet zelf in de zaak door het bedrag vast te stellen op € 13.081,56. Tevens veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.