ECLI:NL:CRVB:2015:1694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand over twee perioden wegens ontbreken nieuwe feiten en bijzondere omstandigheden
Appellant ontving sinds 2006 bijstand op grond van de WWB. In 2009 werd de bijstand ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht en het college ontving retourpost en informatie over ontbinding van de huurovereenkomst. Appellant vroeg in 2012 bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 2009, maar het college kende bijstand toe vanaf de aanvraagdatum, omdat geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden waren vastgesteld.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat psychische problemen en verklaringen van familieleden nieuwe feiten vormden en dat het rapport van de verzekeringsarts onzorgvuldig was. De Raad beoordeelde dat over de periode waarin al besluitvorming had plaatsgevonden alleen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden tot heroverweging kunnen leiden, wat niet was aangetoond. Voor de periode voorafgaand aan de aanvraag geldt dat bijstand slechts wordt verleend bij bijzondere omstandigheden, die appellant niet aannemelijk maakte.
De verzekeringsarts had een zorgvuldig onderzoek verricht, inclusief informatie uit Marokko. De Raad zag geen aanleiding voor benoeming van een deskundige. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand over de betwiste perioden wegens het ontbreken van nieuwe feiten en bijzondere omstandigheden.