ECLI:NL:CRVB:2015:1733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toegangsverbod ambtenaar wegens verdenking ernstig plichtsverzuim
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst sinds 1982, kreeg een ordemaatregel opgelegd waarbij hem de toegang tot dienstgebouwen werd ontzegd vanwege een vermoeden van ernstig plichtsverzuim. Dit volgde op de diefstal van controle-dossiers uit zijn privéauto en een klacht over het mogelijk bekendmaken van vertrouwelijke gegevens aan derden.
De staatssecretaris legde het toegangsverbod op om het onderzoek niet te verstoren. Appellant betwistte dit besluit en stelde dat de duur van het toegangsverbod onrechtmatig was, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim voldoende grond bood voor de ordemaatregel en dat de staatssecretaris het onderzoeksbelang toereikend had gemotiveerd. De Raad wees het betoog van appellant af dat de duur van het toegangsverbod onrechtmatig was, omdat appellant niet tijdig rechtsmiddelen had aangewend tegen de afwijzing van zijn verzoek tot opheffing.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het toegangsverbod wegens een concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim.