ECLI:NL:CRVB:2016:743

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 maart 2016
Publicatiedatum
3 maart 2016
Zaaknummer
14/2074 AW-R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie van uitspraak inzake onjuiste vermelding over melding inkomens- en vermogensgegevens

De Centrale Raad van Beroep heeft op 3 maart 2016 een uitspraak tot rectificatie gedaan van haar eerdere uitspraak van 4 juni 2015 (zaaknummer 14/2074 AW). Deze rectificatie betreft een kennelijke fout in overweging 1.2 van de oorspronkelijke uitspraak, waarin ten onrechte werd gesproken over een klacht die was binnengekomen bij de plaatsvervangend directeur N.

De Raad heeft vastgesteld dat het correcte begrip 'melding' had moeten zijn in plaats van 'klacht', en dat het ging om een melding dat appellant inkomens- en vermogensgegevens van een belastingplichtige aan derden bekend had gemaakt. Deze fout is gecorrigeerd door de uitspraak te rectificeren en een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak te publiceren.

De staatssecretaris van Financiën heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over het voornemen tot rectificatie, terwijl appellant dat wel heeft gedaan. De rectificatie is uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep rectificeert de uitspraak van 4 juni 2015 door een kennelijke fout in overweging 1.2 te herstellen.

Uitspraak

14/2074 AW-R
Datum uitspraak: 3 maart 2016
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 4 juni 2015, 14/2074 AW
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Staatssecretaris van Financiën (staatssecretaris)
PROCESVERLOOP
Naar aanleiding van een brief van appellant, heeft de Raad vastgesteld dat zijn uitspraak van
4 juni 2015 een kennelijke fout in overweging 1.2 bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
De staatssecretaris heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Appellant heeft zich schriftelijk uitgelaten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.

OVERWEGINGEN

1. De Raad heeft vastgesteld dat in overweging 1.2 van zijn uitspraak van 4 juni 2015 staat vermeld “Vervolgens is er een klacht binnengekomen bij de plaatsvervangend directeur N dat appellant inkomens- en vermogensgegevens van deze klager bekend heeft gemaakt aan derden”. Dit is onjuist en moet zijn “Vervolgens is er een melding binnengekomen bij de plaatsvervangend directeur N dat appellant inkomens- en vermogensgegevens van een belastingplichtige bekend heeft gemaakt aan derden”.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde vergissing herstellen door de uitspraak van 4 juni 2015 in evenvermelde zin te rectificeren.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 4 juni 2015, 14/2074 AW, als in de overwegingen aangegeven.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman als voorzitter en A. Beuker-Tilstra en
M.C.D. Embregts als leden, in tegenwoordigheid van S.W. Munneke als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2016.
(getekend) J.J.A. Kooijman
(getekend) S.W. Munneke

HD