ECLI:NL:CRVB:2015:1777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging AOW-pensioen onterecht wegens ontbreken actuele gegevens over voortvluchtigheid
Appellant kreeg in september 2009 een AOW-pensioen toegekend. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok dit pensioen per 1 juli 2011 in op grond van het vermoeden dat appellant zich onttrok aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Deze beslissing was gebaseerd op informatie van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) uit 2004/2005.
Appellant voerde aan dat hij detentieongeschikt was verklaard in Duitsland en dat zijn woonadres bekend was bij de Nederlandse autoriteiten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de Svb mocht afgaan op de CJIB-gegevens en dat appellant niet op het opgegeven adres was aangetroffen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat artikel 8c AOW, dat per 1 januari 2011 in werking trad, vereist dat de vaststelling van voortvluchtigheid berust op actuele gegevens. Aangezien de Svb zich baseerde op oude gegevens en geen nieuwe pogingen tot tenuitvoerlegging zijn gedaan, was de intrekking van het pensioen onterecht.
De Raad vernietigt het besluit tot intrekking, verklaart het hoger beroep gegrond en veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van het AOW-pensioen is onterecht wegens het ontbreken van actuele gegevens over voortvluchtigheid en wordt vernietigd.