ECLI:NL:CRVB:2015:2015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.I. van der Kris
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak inzake beëindiging en terugvordering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Betrokkene ontving sinds 2003 een WAO-uitkering vanwege psychische klachten en was aanvankelijk voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaard. Na signalen over mogelijke onjuiste informatie van een behandelend psychiater heeft het UWV een herbeoordeling laten uitvoeren, waarbij verzekeringsartsen en een psychiater concludeerden dat betrokkene geschikt was voor arbeid zonder beperkingen door ziekte.
Het UWV besloot daarop de WAO-uitkering te beëindigen en terug te vorderen. Betrokkene maakte bezwaar en bracht medische tegenrapporten in, waarna de rechtbank een onafhankelijke deskundige benoemde. Deze deskundige concludeerde dat betrokkene wel degelijk een ernstige, chronische depressieve stoornis en een lichte verstandelijke beperking heeft, waardoor zij niet arbeidsgeschikt is.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV en veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente en proceskosten. Het UWV ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de deskundige van de rechtbank en oordeelde dat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat betrokkene minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Het hoger beroep werd afgewezen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.