ECLI:NL:CRVB:2015:2088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vrijwillige ziektewetverzekering zonder terugwerkende kracht bevestigd
Appellant verzocht het UWV om de vrijwillige verzekering ingevolge de Ziektewet per 1 januari 2013 te beëindigen met terugwerkende kracht en restitutie van betaalde premies sinds 2006.
Het UWV weigerde terugwerkende kracht toe te passen en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de gedragslijn van het UWV om alleen per een toekomstige datum te beëindigen aanvaardbaar is en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die terugwerkende kracht rechtvaardigen. Tevens werd vastgesteld dat appellant sinds 2006 directeur-grootaandeelhouder is van een B.V. en deze wijziging niet heeft gemeld, waardoor de gevolgen voor zijn risico zijn.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de vrijwillige verzekering zonder terugwerkende kracht wordt bevestigd.