ECLI:NL:CRVB:2015:2129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële gegevens
Appellanten, toegelaten tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen, vroegen bijstand aan op grond van de WWB. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellanten niet binnen de hersteltermijn de gevraagde bankafschriften van de rekening van hun zoon en een gedetailleerde adressenlijst hadden verstrekt.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg wees het beroep van appellanten af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat essentiële gegevens ontbraken voor een goede beoordeling van de aanvraag.
Appellanten voerden aan dat zij niet tijdig over de bankafschriften konden beschikken vanwege privacyredenen van hun zoon en verwezen naar de WSNP-toepassing, maar deze gronden werden verworpen. De Raad benadrukte dat het college een eigen verantwoordelijkheid heeft bij de beoordeling van het recht op bijstand en dat appellanten het risico dragen van het gebruik van de bankrekening van hun zoon.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.