ECLI:NL:CRVB:2015:2332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet tijdig overleggen bankafschriften
Appellant vroeg bijstand aan per 9 mei 2012, maar verstrekte niet tijdig de gevraagde bankafschriften over de maanden voorafgaand aan de aanvraag. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro. Appellant diende later alsnog stukken in, maar buiten de gestelde termijn.
Bij een tweede aanvraag werd bijstand toegekend met ingang van 3 september 2012, maar een eerdere ingangsdatum werd geweigerd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat de financiële situatie essentieel is voor de beoordeling van bijstand en dat het niet tijdig aanleveren van bankafschriften rechtvaardigt de aanvraag buiten behandeling te stellen. De stelling dat detentie het ontbreken van transacties verklaart, faalt omdat ook andere middelen mogelijk zijn. Ook bijzondere omstandigheden voor terugwerkende kracht zijn niet aannemelijk gemaakt.
De Raad concludeert dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat de weigering van terugwerkende bijstand terecht is. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig overleggen bankafschriften en terugwerkende bijstand wordt geweigerd wegens ontbreken bijzondere omstandigheden.