ECLI:NL:CRVB:2015:2383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens misbruik door derde ondanks bezwaar budgethouder
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding en persoonlijke verzorging. Het pgb werd beheerd door een derde, [X], die misbruik maakte door het geld voor zichzelf te gebruiken. Het Zorgkantoor stelde het pgb op nihil en vorderde het uitbetaalde bedrag terug wegens het ontbreken van een verantwoording.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij slachtoffer was van oplichting en dat haar zus, aan wie zij het beheer had overgedragen, alles had gedaan om misbruik te voorkomen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellante als budgethouder verantwoordelijk bleef voor de administratie en het misbruik voor haar rekening kwam.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb op nihil te stellen en terug te vorderen. De Raad overwoog dat de verantwoordelijkheid voor het pgb bij de budgethouder ligt, ook als het beheer is overgedragen aan een derde. De omstandigheden rechtvaardigen de belangenafweging van het Zorgkantoor, en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en het besluit tot terugvordering van het pgb wordt bevestigd.