ECLI:NL:CRVB:2015:241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- M.F. Wagner
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens niet-verantwoording zorg door echtgenoot
Appellante kreeg een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor begeleiding over de periode 1 januari tot en met 30 september 2011. Het Zorgkantoor stelde het pgb op nihil vast vanwege het niet verantwoorden van de besteding en vorderde het bedrag van €3.818,49 terug. Appellante voerde aan dat haar echtgenoot de zorg verleende en overhandigde een overzicht van de werkzaamheden, ondersteund door verklaringen van huisarts en specialist.
De Raad oordeelde dat appellante niet voldeed aan haar verplichtingen tot verantwoording, omdat zij geen zorgovereenkomst, nota’s of betaalbewijzen kon overleggen. Het overzicht van de echtgenoot was onvoldoende om de verleende zorg aannemelijk te maken. Ook werd niet aangetoond dat het pgb is gebruikt om haar echtgenoot te betalen. De Raad bevestigde dat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen en het bedrag terug te vorderen.
De belangenafweging van het Zorgkantoor, als bewaker van AWBZ-gelden, woog zwaarder dan de emotionele en financiële gevolgen voor appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb bevestigd.