ECLI:NL:CRVB:2015:2712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke verzorging op grond van Wmo
Appellante had bij besluit van 10 maart 2009 huishoudelijke hulp toegekend gekregen voor de periode 2009-2014. Zij vroeg op 5 februari 2013 om uitbreiding van de hulp met terugwerkende kracht vanaf 2009, vanwege vermeerderde zorgbehoefte.
Het college wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een heroverweging rechtvaardigen. Ook de bezwaarschriftencommissie en de voorzieningenrechter verklaarden het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar gezondheid was verslechterd, met incontinentie, motorische achteruitgang en gedragsstoornissen, en dat dit meer uren huishoudelijke hulp rechtvaardigde. De Raad oordeelde echter dat deze feiten niet nieuw waren en dat medische stukken die pas in beroep werden overgelegd niet in aanmerking konden worden genomen.
Voor het tijdvak vóór de aanvraag van 5 februari 2013 kon het college daarom terecht het verzoek afwijzen. Voor het tijdvak na de aanvraag was er eveneens geen aanleiding tot toekenning van meer uren. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: Het verzoek tot uitbreiding van het aantal uren huishoudelijke hulp werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.