ECLI:NL:CRVB:2015:2714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag en Bbz-lening wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant exploiteert sinds 2000 een eenmanszaak in renovatie- en verbouwwerkzaamheden. In maart 2013 vroeg hij bijstand en een Bbz-lening aan voor bedrijfskapitaal. Het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) adviseerde negatief vanwege twijfels over het financieel inzicht, een dalende omzet, gebrek aan orders en een beperkte marktmogelijkheid in een concurrerende bouwsector.
Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af op basis van dit advies. Appellant voerde bezwaar aan met onder meer een hogere omzet in 2013 en positieve sectorperspectieven, maar het IMK handhaafde zijn standpunt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het advies zorgvuldig en gemotiveerd was en dat appellant onvoldoende objectieve gegevens had overgelegd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad volgde de rechtbank en het IMK. De Raad benadrukte dat een deskundig tegenadvies niet per se uitgebreid hoeft te zijn en dat appellanten zelf de keuze maakten om geen contra-expertise in te schakelen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand en Bbz-lening wordt afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.