ECLI:NL:CRVB:2015:2814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging korting Wajong-uitkering op ANW-uitkering wegens onvoldoende overgangstermijn en informatie
Appellante ontvangt sinds 2003 een ANW-uitkering en een Wajong-uitkering. Aanvankelijk werd de Wajong-uitkering in mindering gebracht op de ANW-uitkering, maar in 2006 besloot de Sociale verzekeringsbank (Svb) dit niet meer te doen, waardoor appellante beide uitkeringen volledig ontving. In 2012 werd appellante geïnformeerd dat de korting vanaf 2013 weer zou ingaan, met terugwerkende kracht tot 2011.
Appellante maakte bezwaar tegen deze korting, beroepend op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat zij financieel ernstig benadeeld zou worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de wettelijke overgangstermijn van twee jaar voldoende was en appellante geacht werd hiervan op de hoogte te zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. Hoewel de korting wettelijk is voorzien en een legitiem algemeen belang dient, is de overgangstermijn van twee jaar niet proportioneel toegepast. De wetgeving was onduidelijk en de informatievoorziening door de Svb ontoereikend, waardoor appellante pas laat persoonlijk werd geïnformeerd. Daarom moet de overgangstermijn pas gaan lopen vanaf het moment van persoonlijke berichtgeving, met een duur van één jaar.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de eerdere besluiten die de korting toepasten, en veroordeelt de Svb tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee wordt appellante beter in staat gesteld zich aan te passen aan de inkomensdaling.
Uitkomst: De korting van de Wajong-uitkering op de ANW-uitkering wordt vernietigd en de overgangstermijn wordt vastgesteld op één jaar na persoonlijke berichtgeving.