ECLI:NL:CRVB:2015:2873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.W. Akkerman
- E. Dijt
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering WAZ wegens inkomsten uit arbeid en fiscale winstcomponenten
Appellant ontving tot 1 augustus 2009 een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot in 2012 de uitkering over 2008 en 2009 niet uit te betalen vanwege inkomsten uit arbeid, waarna op bezwaar in 2013 de uitkering over 2008 alsnog werd toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de fiscale winstcomponenten, zoals de vrijval van de fiscale oudedagsreserve (FOR) en de herinvesteringsreserve, als inkomsten uit arbeid moeten worden beschouwd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de vrijval van de FOR en de herinvesteringsreserve bijzondere baten zijn zonder verband met arbeid, en dat de herinvesteringsreserve pas vrijviel toen hij geen WAZ-uitkering meer ontving. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat deze fiscale winstcomponenten tot de inkomsten uit arbeid behoren volgens artikel 58 van Pro de WAZ, en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om hiervan af te wijken.
De Raad benadrukt dat de fiscale winst van een zelfstandig ondernemer per boekjaar wordt vastgesteld en gelijkelijk wordt toegerekend, ook als bepaalde baten pas laat in het jaar worden gerealiseerd. Dit rechtvaardigt het meenemen van de herinvesteringsreserve in 2009 bij de vaststelling van het inkomen uit arbeid. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de vrijval van de fiscale oudedagsreserve en herinvesteringsreserve als inkomsten uit arbeid gelden en wijst het hoger beroep af.