ECLI:NL:CRVB:2015:2892
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor verplicht eigen risico en tandheelkundige zorg
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van het verplicht eigen risico van de zorgverzekering en voor tandheelkundige zorg. Het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven wees dit verzoek af, stellende dat de kosten van tandheelkundige zorg gedekt worden door de Zorgverzekeringswet (Zvw) als voorliggende voorziening en dat het verplicht eigen risico een algemene maatregel is die voor iedereen geldt, waardoor geen bijzondere omstandigheden voor bijstand aanwezig zijn.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de kosten van het verplicht eigen risico incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten zijn die uit de bijstandsnorm moeten worden voldaan. Voor tandheelkundige zorg geldt sinds 2006 eveneens de Zvw als passende en toereikende voorliggende voorziening.
Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden en zeer dringende redenen bestonden vanwege zijn status als toegelaten vluchteling en slachtoffer van geweldsmisdrijven, waardoor hij aanspraak zou moeten maken op bijzondere bijstand. De Raad verwierp dit, stellende dat internationale bescherming niet leidt tot extra bescherming tegen schade door derden en dat schadeverhaal op daders of het Schadefonds Geweldsmisdrijven mogelijk is. Het beroep op artikel 16 WWB Pro faalde daarmee, en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor het verplicht eigen risico en tandheelkundige zorg.