ECLI:NL:CRVB:2015:3026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijstandaanvraag en ingangsdatum bijstand op grond van de WWB
Appellant heeft bijstand aangevraagd op grond van de WWB, waarbij twijfel ontstond over zijn woon- en leefsituatie. Een onderzoek door de sociale recherche toonde aan dat appellant niet alleen woonde, ondanks zijn verklaring, en onvoldoende meewerkte aan het onderzoek. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af en verleende later bijstand vanaf een latere datum, niet met terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn situatie. Het beroep tegen de weigering van terugwerkende kracht werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid bij appellant ligt en dat hij niet heeft voldaan aan zijn medewerkingsplicht. Er is geen sprake van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen. Ook is geen bijzondere omstandigheid vastgesteld om bijstand te verlenen over de periode vóór de aanvraag. De aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijstand over de periode 1 november 2012 tot 3 januari 2013 en weigert terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden.