ECLI:NL:CRVB:2015:3099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens onduidelijke woonplaatsverplaatsing
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en stond ingeschreven op een adres te [woonplaats]. Na een onderzoek van de Sociale Recherche naar haar verblijfplaatsen en pinactiviteiten, concludeerde het dagelijks bestuur dat zij haar woonplaats had verplaatst naar [plaatsnaam 2], waarop de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het dagelijks bestuur onvoldoende feiten had verzameld om aannemelijk te maken dat zij haar woonplaats had verplaatst. De Raad oordeelde dat het enkele feit dat appellante voornamelijk in [plaatsnaam 2] verbleef onvoldoende is om de woonplaatsverplaatsing aan te nemen, mede omdat geen onderzoek was gedaan naar andere relevante omstandigheden zoals postontvangst, administratie, telefoon- en internetgebruik.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit tot intrekking van de bijstand over de periode 1 april tot en met 31 december 2012 en bepaalde dat het dagelijks bestuur een nieuw besluit moet nemen over de terugvordering. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over de periode 1 april tot en met 31 december 2012 wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.