ECLI:NL:CRVB:2014:2560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verlies woonplaats na brand
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande. Na een brand in juni 2011 in haar woning werd de toegang tot deze woning geblokkeerd door vervanging van de sloten. Vanaf juli 2011 verbleef appellante bij familie in een andere gemeente. Het dagelijks bestuur blokkeerde de bijstandsuitkering per 1 januari 2012 en trok deze bij besluit van 5 maart 2012 in, omdat appellante niet meer woonde in de gemeente waar zij bijstand ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat haar verblijf elders tijdelijk was en dat zij de intentie had terug te keren naar haar woning. Zij had de huur en nutsvoorzieningen doorbetaald en haar post bleef op het uitkeringsadres binnenkomen. Ook had zij haar inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie niet gewijzigd.
De Raad oordeelde dat de woonplaats wordt bepaald aan de hand van feiten en omstandigheden en dat inschrijving in de GBA geen doorslaggevende betekenis heeft. Door de brand en het feit dat zij geen toegang meer had tot haar woning, was deze niet langer haar woonstede. Haar werkelijke verblijfplaats was de gemeente waar zij bij familie verbleef. De intentie tot terugkeer doet hier niet aan af. Daarom bestond geen recht op bijstand in de gemeente van het uitkeringsadres in de beoordelingsperiode. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante niet meer woonde in de gemeente van het uitkeringsadres.