ECLI:NL:CRVB:2015:3298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- F. Hoogendijk
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en afwijzing beroep vertrouwensbeginsel
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college trok deze in wegens het niet bewonen van het opgegeven uitkeringsadres en het niet melden daarvan, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt.
Appellante voerde aan dat zij door haar klantmanager R was geholpen en dat dit vertrouwen op bijstand rechtvaardigde, onderbouwd met WhatsApp-berichten. Het college stelde dat er geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan en dat de relatie tussen R en appellante dubieus was.
De Raad oordeelde dat de WhatsApp-berichten geen uitdrukkelijke, onvoorwaardelijke toezeggingen bevatten en dat appellante had moeten begrijpen dat de bijstand was toegekend op basis van onjuiste informatie. Het college hoefde geen nader onderzoek te doen naar de relatie tussen R en appellante.
Het hoger beroep slaagde niet en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd.