ECLI:NL:CRVB:2016:2985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens beschikking over bankpasjes moeder
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme melding dat haar moeder in detentie zat en toch bijstand ontving, werd onderzoek ingesteld. Appellante beschikte over bankpasjes van haar moeder en gebruikte het saldo voor eigen levensonderhoud zonder dit te melden. Het college herzag de bijstand over de periode december 2011 tot oktober 2012 en vorderde €14.290,99 terug. Tevens legde het college een maatregel op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat terugvordering onrechtvaardig was vanwege dubbele last en haar sociale problematiek. De Raad oordeelde dat appellante feitelijk beschikte over middelen die invloed hadden op haar recht op bijstand en dat het college terecht de bijstand herzag en terugvorderde. Dringende redenen om af te zien van terugvordering of maatregel werden niet vastgesteld.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan door het college. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.