ECLI:NL:CRVB:2016:1705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- J.T.H. Zimmerman
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitsluiting bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verbleef in 2013 twee keer in Marokko, waarbij de totale verblijfsduur buiten Nederland de toegestane vier weken overschreed. Het college van burgemeester en wethouders van Venray sloot haar daarom uit van bijstand over de tweede periode.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet verweten kon worden dat zij naar Marokko reisde, dat haar klantmanager haar verblijf niet juist registreerde en dat zij op grond van ziekte en andere omstandigheden zeer dringende redenen had voor het verblijf. Ook stelde zij dat het college haar door toezeggingen een gerechtvaardigd vertrouwen had gegeven.
De Raad oordeelde dat artikel 13 van Pro de WWB dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor verwijtbaarheid of andere omstandigheden, behalve bij zeer dringende redenen conform artikel 16 WWB Pro. De door appellante aangevoerde omstandigheden voldeden niet aan de criteria voor zeer dringende redenen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde wegens gebrek aan ondubbelzinnige toezeggingen.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitsluiting van bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder toepassing van uitzonderingen.