ECLI:NL:CRVB:2015:3303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid college tot verrekening dwangsom onder WWB na wetswijziging
Appellant diende een aanvraag in voor langdurigheidstoeslag over 2011, waarop het college pas in juni 2013 besloot. Vervolgens stelde het college een dwangsom vast en verrekende deze met een openstaande vordering. Appellant maakte bezwaar tegen deze verrekening en stelde onder meer dat de datum van schuldvaststelling van belang was voor de bevoegdheid tot verrekening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de wetswijziging van artikel 60a, vierde lid, WWB per 1 juli 2013 een nieuwe verrekeningsmogelijkheid introduceerde, waarvan het college gebruik mocht maken, ook voor schulden die voor die datum waren vastgesteld.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat de temporele werking van wetgeving anders zou uitpakken en dat het college in strijd met artikel 4:18 Awb Pro had gehandeld. De aangevallen uitspraak werd met verbetering van gronden bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college bevoegd was de dwangsom te verrekenen en verklaart het hoger beroep ongegrond.