ECLI:NL:CRVB:2015:3362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsverplichtingen
Appellanten ontvingen voor 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) voor persoonlijke verzorging, onder de verplichting tot verantwoording van de besteding aan het Zorgkantoor. Zij verhuisden begin 2012, maar het Zorgkantoor stuurde correspondentie naar het oude adres. Appellanten leverden geen schriftelijke zorgovereenkomsten of gespecificeerde declaraties aan, slechts verklaringen van hun zoon en schoondochter en bankafschriften van contante opnames.
Het Zorgkantoor trok het pgb in en vorderde de voorschotten terug wegens niet-naleving van de verantwoordingsplicht. De rechtbank oordeelde dat appellanten tekort waren geschoten in hun verplichtingen en dat het risico van het niet ontvangen van post door verhuizing voor hun rekening kwam. Appellanten gingen in hoger beroep en voerden aan dat een mondelinge overeenkomst tussen familieleden volwaardig was, dat het verantwoordingsvrije deel niet teruggevorderd mocht worden, en dat hun leeftijd en financiële situatie een volledige terugvordering onredelijk maakten.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de Regeling subsidies AWBZ schriftelijke overeenkomsten en declaraties vereist en dat appellanten hieraan niet voldeden. Het Zorgkantoor was bevoegd het pgb in te trekken en de voorschotten terug te vorderen, ook het verantwoordingsvrije deel. De leeftijd en zorgbehoevendheid van appellanten stonden niet aan de terugvordering in de weg. Wel werd erkend dat het Zorgkantoor rekening moet houden met een passende afbetalingsregeling en de beslagvrije voet.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van het pgb bevestigd.