ECLI:NL:CRVB:2015:3423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen schadevergoedingsplicht UWV na onrechtmatig loonsanctie besluit
Appellante, een eenmanszaak, kreeg een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een langdurig zieke werknemer. Na bezwaar en beroep werd het besluit vernietigd omdat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de financiële situatie van appellante.
Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding voor materiële en immateriële schade, maar het UWV wees dit verzoek af omdat het causale verband ontbrak en de schade mede aan appellante zelf moest worden toegerekend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar financiële situatie en dat de loonsanctie disproportioneel was. De Raad oordeelde dat het UWV appellante had gevraagd om financiële gegevens, die zij niet aanleverde, en dat zonder deze gegevens geen verder onderzoek kon worden verwacht.
De enkele stelling dat de loonsanctie zwaar drukte op de bedrijfsvoering van een eenmanszaak was onvoldoende om aan te nemen dat het starten van een tweede spoortraject het voortbestaan van de onderneming zou belemmeren. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV niet gehouden is tot schadevergoeding wegens het onrechtmatig loonsanctie besluit.