ECLI:NL:CRVB:2015:3445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- K.J. Kraan
- J.C.F. Talman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en vernietiging van onvoldoende gemotiveerd besluit over functiewaardering jurist
Appellante is jurist bij de Universiteit Leiden en kreeg een beoordeling met het eindoordeel 'matig; verbetering noodzakelijk'. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens onvoldoende motivering en gebrekkige onderbouwing van de beoordeling. Het college nam vervolgens een nieuw besluit, waarin het eindoordeel werd gehandhaafd, maar ook dit besluit werd aangevochten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere vernietiging en oordeelt dat het nieuwe besluit eveneens onvoldoende inzichtelijk is gemotiveerd. De Raad wijst op het ontbreken van een helder beoordelingskader voor de functie Jurist 3 en het feit dat de werkzaamheden deels boven het functieniveau lagen. Ook is onvoldoende duidelijk waarom het oordeel van één voorzitter zwaarder weegt dan dat van anderen.
De Raad concludeert dat het college een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen, waarbij het motiveringsbeginsel strikt in acht wordt genomen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep tegen het nieuwe besluit is gegrond verklaard en het college wordt opgedragen het geschil voortvarend af te handelen.
Uitkomst: Het besluit van 6 oktober 2014 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college moet een nieuwe beslissing nemen.