ECLI:NL:CRVB:2015:3751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens vermeende onjuiste urenopgave onvoldoende gemotiveerd
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand in omdat uit toegangsregistratie bleek dat appellant meer uren op het terrein van zijn werkgever aanwezig was dan opgegeven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt de Raad vast dat de toegangsregistratie ontoereikend is als bewijs voor het verrichten van meer uren betaalde arbeid. Appellant verbleef ook bij andere bedrijven op het terrein en gebruikte toegangspassen worden door anderen gebruikt, waardoor de registratie onbetrouwbaar is. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat appellant daadwerkelijk meer uren werkte.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het intrekkingsbesluit, veroordeelt het college in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak vervangt het besluit van 10 juli 2012.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en motivering.