ECLI:NL:CRVB:2015:387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens niet-naleving verantwoordingsplicht
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor de jaren 2006 en 2007, maar voldeed niet aan de verplichting om verantwoording af te leggen over de besteding hiervan aan het Zorgkantoor. Het Zorgkantoor stelde vast dat slechts een klein deel van het toegekende bedrag verantwoord was en vorderde het restant terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat de verantwoording onvoldoende was onderbouwd met geldige bewijsstukken. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij en zijn moeder, die het beheer voerde, hulp nodig hadden bij de verantwoording en dat uiteindelijk correcte stukken waren aangeleverd.
De Raad oordeelde dat de verantwoordelijkheid voor de verantwoording bij appellant ligt, ook als het beheer door een ander wordt gedaan. Het Zorgkantoor was bevoegd het pgb lager vast te stellen en terug te vorderen. De aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen ander oordeel. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb bevestigd.