ECLI:NL:CRVB:2015:3932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet aannemelijk hoofdverblijf in gemeente
Appellante vroeg bijstand aan op 8 januari 2013 en gaf als briefadres het adres van haar moeder op, omdat zij zelf geen vast woonadres had. Het college wees de aanvraag af omdat zij niet stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) en niet aannemelijk had gemaakt dat zij in Nijmegen woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij zij de periode van 8 januari 2013 tot 7 juli 2013 in aanmerking nam. De Centrale Raad van Beroep corrigeerde dit door te stellen dat de beoordeling zich beperkt tot de periode van 8 januari 2013 tot 20 februari 2013, de datum van het besluit op de aanvraag.
Appellante had verblijfslijsten ingediend waaruit bleek dat zij meerdere nachten bij haar tante verbleef, maar deze werden betwist op grond van verklaringen van de tante zelf, die stelde dat appellante daar niet woonde en haar had gevraagd een onware verklaring af te leggen. Appellante voerde dat de tante verward was en onder druk stond, maar kon dit niet met medische gegevens onderbouwen.
De Raad achtte de verklaring van de tante, die was afgelegd tegenover een toezichthouder en ondertekend, betrouwbaarder dan de door appellante overgelegde verklaringen van familieleden die pas een jaar later waren opgesteld. Hierdoor werd geconcludeerd dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij haar hoofdverblijf in Nijmegen had tijdens de te beoordelen periode.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af, zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het ontbreken van aannemelijk hoofdverblijf in de gemeente.