ECLI:NL:CRVB:2015:3936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid na verkoop horecabedrijf
Appellanten verkochten hun horecabedrijf voor € 200.000,- en gebruikten de volledige verkoopsom voor aflossing van schulden bij familieleden. Zij vroegen vervolgens bijstand aan, welke door het college werd afgewezen wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen. Na bezwaar werd bijstand toegekend, maar met een verlaging van 100% voor een maand als maatregel vanwege tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden. Zij voerden aan dat in hun Turkse cultuur familieleningen gebruikelijk en vrijblijvend zijn, en dat zij de laatste schuld bij een familielid (T) direct na verkoop hadden afgelost om het familielensysteem niet te schaden.
De Raad oordeelde dat de schuld aan T niet juridisch afdwingbaar was en dat een morele verplichting in de Turkse cultuur geen grond is voor bijstandswetgeving. Het college had terecht geoordeeld dat appellanten tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toonden door de verkoopsom voor niet-verplichte aflossingen te gebruiken, wat een verlaging van de bijstand rechtvaardigde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor een maand wordt bevestigd wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid van appellanten.