ECLI:NL:CRVB:2015:4427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonschade en vergoeding na niet opleggen loonsanctie door UWV
Appellante stelde dat het UWV ten onrechte geen loonsanctie oplegde aan haar werkgever, waardoor zij loonschade zou hebben geleden. Het UWV wees de vergoeding van loonschade, gederfde arbeidskorting, belastingvoordeel en rechtsbijstandskosten af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de schadevergoeding over twaalf maanden moest worden berekend en stelde zij aanvullende schadeposten zoals gratificatie, arbeidskorting en gemiste belastingvoordelen. Het UWV handhaafde haar standpunt dat geen schadevergoeding toekomt.
De Raad oordeelde dat het recht van vóór 1 juli 2013 van toepassing is en dat alleen daadwerkelijk geleden schade wordt vergoed. Uit de berekeningen bleek dat appellante over de relevante periode meer uitkering ontving dan het netto loon bij loonsanctie, waardoor geen loonschade is vastgesteld. Ook de gevorderde kosten van rechtsbijstand werden afgewezen vanwege gebrek aan bewijs dat deze kosten daadwerkelijk voor rekening van appellante kwamen.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees alle vorderingen van appellante af, inclusief vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd; er is geen loonschade en geen vergoeding verschuldigd.