ECLI:NL:RBROT:2019:9177
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing schadevergoeding wegens achterwege blijven loonsanctie in derde ziektejaar
Verzoekster was werkzaam bij een werkgever en viel wegens ziekte uit op 13 juli 2015. Verweerder stelde bij besluit van 10 juli 2017 een WIA-uitkering vast, maar erkende later dat ten onrechte geen loonsanctie aan de werkgever was opgelegd. Verzoekster vorderde schadevergoeding over het derde ziektejaar, stellende dat zij recht had op loon met emolumenten over 32 uur per week.
Verweerder betwistte de omvang van de schade en stelde dat verzoekster onvoldoende had gedaan om haar schade te beperken. De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet redelijkerwijs kon worden verweten geen loonvordering te hebben ingesteld, mede vanwege het handelen van verweerder en de werkgever.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster passend werk had kunnen verrichten en recht had op 100% loon over 32 uur per week. De schadevergoeding wordt daarom gedeeltelijk toegewezen, waarbij de ontvangen WIA-uitkering in mindering wordt gebracht. Verzoek om vergoeding van gemiste vakantie-uren wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 15 november 2019.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens achterwege blijven loonsanctie wordt gedeeltelijk toegewezen met inachtneming van ontvangen WIA-uitkering.