Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 16 augustus 2010 arbeidsongeschikt als orderpikker en ontving vanaf 28 december 2010 een Ziektewet-uitkering. Het UWV besloot op 9 december 2011 dat appellant vanaf 19 december 2011 weer belastbaar was voor zijn maatgevende arbeid, waarna bezwaar en beroep volgden. Na herbeoordeling werd bevestigd dat appellant per 19 december 2011 niet arbeidsongeschikt was.
Appellant stelde dat zijn medische situatie binnen vier weken na 19 december 2011 verslechterde, onder meer door contact met de GGZ en restverschijnselen van PTSS. Hij overhandigde medische stukken van zijn huisarts en GGZ, maar het UWV en de rechtbank vonden geen aanwijzingen voor verslechtering in die periode. De verzekeringsarts die appellant pas in augustus 2012 onderzocht, vond hem op dat moment wel arbeidsongeschikt, maar dit was niet terug te voeren op de periode direct na 19 december 2011.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake was van een verslechtering binnen vier weken na 19 december 2011 die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt. Nieuwe medische informatie leidt niet tot een ander oordeel. Verzoeken om wettelijke rente en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn worden afgewezen omdat de procedure binnen de termijn is afgerond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.