ECLI:NL:CRVB:2013:BY9288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand sinds 2001 en werd onderzocht wegens vermoedens van verzwegen inkomsten en gezamenlijke huishouding met een partner. Het college blokkeerde de uitbetaling en trok bijstand in over de periode van 2004 tot 2010 vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde de intrekking over de periode tot 12 september 2006, maar liet de rest in stand. In hoger beroep oordeelt de Raad dat onvoldoende bewijs bestaat dat appellante voor 1 maart 2007 cursussen gaf en dat de intrekking over die periode daarom onterecht is.
De Raad bevestigt dat vanaf 1 maart 2007 sprake was van verzwegen werkzaamheden en een gezamenlijke huishouding vanaf 1 maart 2008, waardoor intrekking en terugvordering gerechtvaardigd zijn. Het college moet een nieuwe beslissing nemen over de terugvordering. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand vernietigd voor 13 september 2006 tot 1 maart 2007, bevestigd vanaf 1 maart 2007; college moet nieuwe beslissing nemen.