ECLI:NL:CRVB:2015:4801
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum voorzieningen Wubo bij herzieningsaanvraag en overschrijding redelijke termijn
Appellant, geboren in 1933, diende in september 2003 een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), die destijds werd afgewezen omdat geen blijvende invaliditeit werd vastgesteld. In juni 2012 verzocht appellant opnieuw om toekenningen, welke aanvraag eveneens werd afgewezen en na bezwaar gehandhaafd. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit van 14 juni 2013 wegens het ontbreken van een hernieuwd medisch onderzoek en beval een nieuwe beslissing.
Na een medisch onderzoek in mei 2014 werd vastgesteld dat sprake is van blijvende invaliditeit. Verweerder handhaafde echter het eerdere afwijzende besluit, stellende dat de verergering van klachten pas na het overlijden van de echtgenote in 2013 was opgetreden. De Raad oordeelde dat bij herziening het oorspronkelijke aanvraagmoment bepalend is voor de ingangsdatum van de voorzieningen, hier vastgesteld op 1 juni 2012.
Verder stelde appellant een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De Raad concludeerde dat de overschrijding geheel aan verweerder toe te rekenen is en veroordeelde tot een vergoeding van €1.000,-. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: De ingangsdatum van de voorzieningen wordt vastgesteld op 1 juni 2012 en verweerder wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.