ECLI:NL:CRVB:2015:607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Groningen. Het college ontdekte via een onderzoek naar uitkeringsfraude dat appellant werkzaamheden had verricht voor een restaurant, wat niet was gemeld. Hierdoor werd de bijstand over de periode van december 2010 tot mei 2011 ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten dat zij werkzaamheden hadden verricht en dat zij de inlichtingenplicht hadden geschonden. De Raad stelde vast dat er voldoende bewijs was, waaronder verklaringen van werknemers en observaties, dat appellant werkzaam was in het restaurant.
De Raad oordeelde dat het niet melden van deze werkzaamheden een schending van de inlichtingenplicht is, ongeacht of appellant betaald werd. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij recht hadden op bijstand als zij wel hadden voldaan aan de inlichtingenplicht. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.