ECLI:NL:CRVB:2015:845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bekorting administratieve loonsanctie wegens niet-naleving re-integratieverplichtingen
Belanghebbende, sinds 2001 in dienst bij appellante, meldde zich in 2010 ziek en ontving een Wajong-uitkering. In 2011 vroeg zij een WIA-uitkering aan, die te laat werd ingediend, wat leidde tot een verlenging van de loondoorbetalingsperiode. Appellante werd verzocht ontbrekende re-integratieformulieren aan te leveren, maar deed dit niet volledig en niet tijdig, waarop het UWV een administratieve loonsanctie oplegde.
Appellante verzocht om bekorting van de loonsanctie, maar het UWV wees dit af omdat de formulieren niet volledig waren en niet door belanghebbende waren ondertekend. Ook liet appellante zich niet bijstaan door een bedrijfsarts of arbodienst. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de medische situatie van belanghebbende bekend was bij het UWV en dat er geen re-integratiemogelijkheden waren, waardoor de sanctie onterecht was. De Raad oordeelde echter dat het gaat om administratieve verplichtingen die losstaan van de medische beoordeling en dat het UWV terecht de loonsanctie handhaafde omdat het re-integratieverslag niet compleet was en de tekortkomingen niet waren hersteld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de administratieve loonsanctie te bekorten wegens niet-naleving van re-integratieverplichtingen.