ECLI:NL:CRVB:2012:BY0602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opleggen en bekorten loonsanctie wegens niet tijdig indienen re-integratieverslag
Appellante, een werkgever, kreeg een loonsanctie opgelegd door het UWV omdat zij niet binnen de gestelde termijn een volledig re-integratieverslag had ingediend. Ondanks dat de werknemer vanwege zijn arbeidsongeschiktheid niet kon re-integreren en een IVA-uitkering ontving, bleef de administratieve verplichting tot het aanleveren van het verslag bestaan.
De rechtbank stelde vast dat appellante niet tijdig aan haar administratieve verplichtingen had voldaan en dat de loonsanctie terecht was opgelegd. Ook het verzoek tot bekorting van de loonsanctie werd afgewezen omdat dit een aparte procedure betreft en het bezwaar tegen de loonsanctie niet als zodanig kon worden aangemerkt.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door omstandigheden buiten haar schuld niet tijdig kon voldoen aan de verplichtingen en dat haar bezwaarschrift als verzoek tot opheffing van de loonsanctie moest worden gezien. De Raad volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De loonsanctie werd terecht opgelegd en de verkorting ervan correct toegepast na het alsnog indienen van de ontbrekende stukken.
De uitspraak benadrukt dat de administratieve verplichtingen van de werkgever ook gelden wanneer re-integratie niet mogelijk is en dat het UWV op basis van de aangeleverde stukken moet kunnen beoordelen of de re-integratie-inspanningen voldoende zijn geweest.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de bestreden besluiten van het UWV, waarmee de loonsanctie werd opgelegd en later verkort.
Uitkomst: De loonsanctie is terecht opgelegd en de verkorting ervan correct toegepast; het hoger beroep wordt afgewezen.