ECLI:NL:CRVB:2015:88
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet vervulde wachttijd
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd omdat hij al arbeidsongeschikt was bij aanvang van de verzekering en de wachttijd van 104 weken niet was vervuld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant per 15 december 2009 weer geschikt was voor werk.
In hoger beroep stelde appellant dat hij in 2009/2010 een forse terugval had en dat de gemeente hem had vrijgesteld van arbeid. De Raad overwoog dat de eerdere uitspraak van 10 oktober 2012 vaststelde dat appellant op 15 december 2009 geschikt was voor zijn werkzaamheden. Het UWV had de wachttijd niet overschreden, wat werd onderbouwd door een verzekeringsarts en rekening houdend met de psychiater.
De Raad vond dat de vrijstelling door de gemeente in een ander wettelijk kader viel en geen doorslaggevende betekenis had. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens niet vervulde wachttijd.