ECLI:NL:CRVB:2012:BY0121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens gebrek aan arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, een voormalig magazijnmedewerker, ontving een Ziektewet-uitkering die het UWV beëindigde per 15 december 2009 op grond van het ontbreken van arbeidsongeschiktheid. Na een eerdere tussenuitspraak van de rechtbank die het UWV verplichtte het besluit te motiveren, heeft het UWV een nieuw besluit genomen dat de uitkering beëindigt. Appellant stelde dat dit besluit een nieuw primair besluit was en dat hij wel degelijk arbeidsongeschikt was, onderbouwd met medische verklaringen van zijn psychiater.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit geen nieuw primair besluit is, maar een heroverweging op basis van hetzelfde feitencomplex. Het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts was zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, waarbij ook de medische stukken en verklaringen van de psychiater zijn meegewogen. De Raad vond geen aanleiding om het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts te betwijfelen dat appellant niet arbeidsongeschikt was per 15 december 2009.
Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af. Hiermee blijft de beëindiging van de Ziektewet-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 15 december 2009 wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.