Uitspraak
OVERWEGINGEN
12 november 2008 (ECLI:NL:CRVB:2008:BG4669).
BESLISSING
E.W. Akkerman als leden, in tegenwoordigheid van C.M.A.V. van Kleef als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2016.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 31 januari 2008 arbeidsongeschikt door een cerebellair infarct en ontving diverse uitkeringen, waaronder een WW- en Ziektewet-uitkering. Het UWV stelde vast dat appellant geschikt was voor functies geselecteerd onder de Wet WIA, waardoor het recht op Ziektewet-uitkering werd beëindigd per 16 augustus 2013. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten waren toegenomen en dat het UWV zijn beperkingen onderschatte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige als voldoende werden beschouwd. In hoger beroep bevestigde de Raad dat de passendheid van de WIA-functies niet ter discussie staat en dat de medische beoordeling zorgvuldig was. De Raad verwierp de stellingen van appellant over toegenomen klachten en onvoldoende rekening houden met psychische beperkingen.
De Raad wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af en concludeerde dat het UWV op goede gronden het recht op ziekengeld heeft beëindigd. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op Ziektewet-uitkering wordt beëindigd per 16 augustus 2013.