Uitspraak
,hoger beroep ingesteld.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen AOW-pensioen naar de gehuwdennorm en vertrokken in 2008 naar Bulgarije. Vanaf december 2011 paste de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen aan naar de ongehuwdennorm vanwege een vermeend duurzaam gescheiden leven. Appellanten keerden begin 2012 terug naar Nederland en verklaarden samen verder te willen. De Svb herzag daarop het pensioen terug naar de gehuwdennorm en vorderde te veel betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij duurzaam gescheiden leefden en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen. De Raad oordeelde dat appellanten niet ieder afzonderlijk hun eigen leven leidden als ware zij niet gehuwd, mede gelet op hun gezamenlijke verblijf en financiële verwevenheid.
De Raad bevestigde dat de Svb op grond van artikel 17a AOW verplicht was het pensioen te herzien en dat het beleid van de Svb omtrent terugwerkende kracht en terugvordering consistent was toegepast. Dringende redenen om af te zien van terugvordering waren niet aangetoond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten geen duurzaam gescheiden leven voerden en dat de herziening en terugvordering van het AOW-pensioen terecht zijn.