ECLI:NL:CRVB:2019:85
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Betrokkene, met dubbele nationaliteit, vroeg in 2008 een AOW-pensioen aan op basis van duurzaam gescheiden leven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende hem aanvankelijk een pensioen toe voor ongehuwden, maar na een onderzoek in Hongarije in 2014 werd vastgesteld dat betrokkene samenwoonde met zijn echtgenote. De Svb herzag het pensioen met terugwerkende kracht naar het gehuwdentarief en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene ongegrond, stellende dat betrokkene gehouden mocht worden aan zijn eerste verklaring en dat er geen sprake was van duurzaam gescheiden leven. Ook de terugvordering werd als terecht beoordeeld, omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding waren aangetoond.
In hoger beroep voerde de erfgenaam onder meer aan dat medische omstandigheden en getuigenverklaringen onvoldoende waren meegewogen. De Raad volgde echter de rechtbank en de Svb, oordeelde dat de eerste verklaring van betrokkene bindend was en dat de terugvordering terecht was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen naar gehuwdentarief en de terugvordering van het te veel betaalde bedrag worden bevestigd.